woensdag 12 januari 2011

"KOFFERNENS"


Onlangs een spotje gehoord op BNR van een adviesbureau op het gebied van "kopperet koffernens". Zo klonk het. Mijn aanvankelijk gevoel van weerzin veranderde langzaam in genoegen om de onbedoelde hint.

In ons land kennen wij al heel lang de term 'behoorlijk bestuur'. Die komt voor in het bestuursrecht of administratief recht. De term dekt de moraal en de spelregels van goed overheidsoptreden. In ontkennende vorm, 'onbehoorlijk bestuur', is die term bij het knorrige deel van het publiek misschien meer ingeburgerd geraakt. Maar dat neemt niet weg dat het gaat om een welontwikkeld geheel van bestuurs-theoretische, rechtstheoretische en dito praktische kennis en kunde, een beschaafd land waardig; en anders let tegenwoordig ook de Europese rechter er wel op. Sedert juni 2009 geldt bij ons ook een 'Code goed openbaar bestuur', een goede uitwerking van het morele beroep op de overheid om zich goed te gedragen.

In de afgelopen decennia kwam, naar analogie, de notie op van behoorlijk ondernemingsbestuur. Ook op dat terrein is broodnodig ontwikkelingswerk gedaan; soms zelfs op spectaculaire manier bij de Ondernemingskamer van de Rechtbank in Amsterdam. Maar een rechter moet zich houden aan een wettelijk kader. In ons ondernemingsrecht heeft de wetgever een rechtsregime gewild waarin de (grote) onderneming is onderworpen aan de macht van de ‘eigenaar’ ervan, de aandeelhouder. En dat op een manier waarvoor nergens ter wereld de deur zo vergaand is opengezet. Ook niet in de USA, waar het hele idee zo'n beetje vandaan kwam. In Nederland hebben wij inmiddels gezien – om het misschien meest spectaculaire en schrijnende voorbeeld maar te noemen – met de kaping, vierendeling en het opdweilen door de overheid van de resten van ABN AMRO, dat die deur beslist wagenwijd openstaat.

Toch wilde (en wil) het niet echt vlotten met de moraal en de spelregels van het 'behoorlijk ondernemingsbestuur'. Het is al een tijdje openbaar-bestuurlijke mode om bij ongenoegen over onbehoorlijk gedrag – en daar was (en is) wat je noemt behoorlijk sprake van – een maatschappelijke sector niet meteen aan een wettelijke ketting te leggen, maar die eerst zelf tot een gedragscode te laten komen.

Zo ontstond de zgn. 'Code Tabaksblat', in werking getreden op 30 december 2004, waarvan we sedert 1 januari 2009 een niet spectaculair aangepaste versie beleven. In die code is, buiten de Nederlandse 'behoorlijk bestuur’-lijke tradities om, zwaar geleund op de regels van de Amerikaanse corporate governance. Dat is, zowel daar als hier, het jachtrevier van giga advocatenkantoren, die als het op een conflict met maatschappij en overheid aankomt, graag de kant van de onderneming kiezen. Denkelijk een kwestie van fees, zoals dat heet, want de term 'honorarium' is daar te honorabel voor. Het terrein van de corporate governance valt het beste te vergelijken met een door toxische middelen beschadigde habitat, waar natuurlijk leven zeer problematisch is.

Ook al hoor je tegenwoordig regelmatig Nederlandse politici beweren dat je de slager niet zijn eigen vlees moet laten keuren, als het om grote ondernemingen gaat wordt de overheid ineens heel erg zenuwachtig. De niet publiekelijk erkende waarheid is dat vandaag de dag elke grote onderneming die een beetje oplet, de overheid (van welk land ook), compleet bij de taas heeft, zoals dat in gangbaar spraakgebruik heet. Geen gunstig belastingregiem, lastige arbeidsvoorwaarden, teveel administratieve rompslomp, milieugedoe, kortom een ‘minder gunstig ondernemingsklimaat’? Koffers pakken en wegwezen, naar een land met een ‘behoorlijk’ behoorlijk bestuur.

"Koffernens" dus.

Is het nou niet eens de hoogste tijd achter die modische, aanstellerige, Amerikaans doenerige schijnvertoning vandaan te komen we kunnen het notabene niet eens fatsoenlijk uitspreken! en daar, recht voor zijn raap, oprecht en eerlijk ‘behoorlijk ondernemingsbestuur’ van te maken?



Geen opmerkingen:

Een reactie posten