dinsdag 4 mei 2010

How come you’re so right and he’s so rich?


Dat was de zin die ooit een baas mij toevoegde toen ik mensen van mijn afdeling in bescherming nam tegen onheuse organisatieregels, zoals die ooit door de, inmiddels inderdaad welvarend geworden, oprichter waren ingevoerd. Einde discussie, vond mijn baas middels deze opmerking. Voor mij ook einde discussie en kort daarna ook einde baan; en dat niet eens zozeer omdat die spelregels niet ter discussie mochten staan, maar door de onbehouwen platheid van het ‘argument’. Niet pluis. Blijkbaar gaat voor sommigen rijkdom boven moreel gelijk; of misschien dat niet eens, maar maakt rijkdom verdere discussie overbodig. Men bevindt zich immers niet in dezelfde omstandigheden, hetzelfde speelveld.
Ik moest aan die zin denken toen ik de argumentatie las waarmee Warren Buffet zich zaterdag jl. vierkant opstelde achter de recentelijk belaagde Lloyd Blankfein, CEO van Goldman Sachs. GS wordt sinds enige tijd in de hoek gedrongen door maar liefst drie onderzoeken naar haar handelwijze voorafgaand en tijdens de kredietcrisis: door de Securities and Exchange Commission, door de Permanent Subcommittee on Investigations van de Senaat en sinds kort ook strafrechtelijk door de Federal Prosecutor. Bovendien hebben, door de heftige koersval zenuwachtig geworden aandeelhouders, procedures aangespannen wegens mismanagement en wat dies meer zij.
Carl Levin, de 75-jarige Democratische voorzitter van de genoemde Senaatscommissie, maakte onlangs tijdens het publieke verhoor gehakt van de ontkenning en bezworen onschuld van CEO Blankfein, die in november j.l. trouwens nog voor de tv beweerd had, dat hij als bankier ‘God’s work’ doet. Blankfein: nomen est omen?
De drie onderzoeken richten zich op verschillende manieren op Goldman Sachs optreden, maar de gemeenschappelijke noemer is dat de bank misleidend te werk zou zijn gegaan door producten (hypotheekderivaten) aan te prijzen waar de bank zelf allang niet meer in geloofde, inmiddels ook al even 'discreet' als schielijk uitgestapt was en zich zelfs riant tegen had verzekerd (m.b.v. credit default swaps) hetgeen miljarden opleverde toen het werkelijk fout ging.
Warren Buffet wijst alle beschuldigingen, verdachtmakingen, vermoedens en onderzoeken aan het adres van Goldman Sachs en Blankfein resoluut van de hand. Nou vooruit, mocht het strafrechtelijk onderzoek tot een veroordeling leiden dan kon hij altijd nog zien, zei hij, maar zolang staat hij achter ‘zijn’ bank en deze CEO.
Nou heeft Warren Buffet een lening van $ 5 miljard uitstaan bij Goldman Sachs en hij zal dus niet alleen uit menslievendheid of maatschappelijke overtuiging de arme Blankfein te hulp zijn geschoten. En verder is Washington, mede namens een bloeddorstig Mainstreet, op zoek naar een kop die moet rollen om een deuk te krijgen in het bolwerk van Wallstreet. In de hitte van de strijd kijkt men niet zo nauw.
Maar de redenering van Buffet is van een verbluffende om niet te zeggen bloedstollende eenvoud. Er zijn n.l. altijd twee partijen betrokken bij een deal: een verkoper en een koper; en als één van de twee zijn huiswerk niet goed doet, hangt die; makkelijk zat. In dit geval de klanten die wel de, door GS zelf als de pest gemeden producten kochten. En ABN AMRO dat – afgaand op de reputatie, aanbevelingen en extern gedrag van GS – de door GS aangeboden producten verzekerde tegen wanbetaling en daar $ 840 miljoen aan verloor. “A dumb deal”, noemde Buffet dat, waarvoor hij niet vreselijk veel sympathie kon hebben.
Zeg, Senator Levin, SEC, Federal Prosector, “how come you’re so right and he’s so rich?”.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten