Misschien moeten we wel heel blij zijn met het recente vonnis van de US Supreme Court: het mag (corporate) sponsors niet verboden worden om (onbeperkte) campagnefinanciering aan politieke kandidaten te verstrekken. Argument: dat zou een ongrondwettelijke inperking zijn van de vrijheid van meningsuiting.
Je moet er maar opkomen.
Wat zijn we hopeloos wegverdwaald van de wijsheid van Voltaire, de sublieme verwoorder van de Verlichting, die de vrijheid van meningsuiting verdedigde met de (samenvattend aan hem toegeschreven) woorden: "Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen." Hij is knap oud geworden, trouwens.
Let wel: hij zei niet dat hij zijn eigen recht om iets te zeggen met zijn leven zou verdedigen, maar juist dat van zijn tegenstander!
Die vitale 'nuance' zijn we compleet kwijtgeraakt. Daarmee draaien we de zaak ten onrechte om: van een altruïstische plicht - vitaal voor een democratie - wordt het een egocentrisch recht. Wat een misverstand!
Maar er is misschien nog iets nóg wezenlijkers: de Supreme Court zegt feitelijk dat ergens centen inpompen gelijkstaat aan het geven van een mening die grondwettelijk niet beperkt mag worden.
Je vraagt je af of ergens kogels inpompen misschien ook zo'n mening is die niet beperkt mag worden. En zoniet waarom dan niet?
Nee, we kunnen niet anders dan het werkelijk beschaafde antwoord op vragen naar democratisch verantwoorde campagnefinanciering enz. bij onszelf zoeken, in Europa; niet in Amerika. Ze gaan daar immers nu pas een verlate post-middeleeuwse verlichting in. Dat kun je redelijkerwijs niet anders dan met ingehouden adem en kromme tenen aanschouwen: we zijn te afhankelijk van het succes van die puberteit. Toch?
Maar hoe hoopvol is de kans op een zinnig antwoord vanuit Europa op de vraag wat de vrijheid van meningsuiting tegenwoordig inhoudt?
Niet heel veel groter waarschijnlijk. Hier beweren we feitelijk misschien wel het omgekeerde, maar niet zo maar betere: iedereen - geld of niet - mag zeggen wat hem of haar voor de bek komt; en als dat kwetst, jammer dan.
We mogen, wat dat betreft, pas een beetje gerust worden als de 'maatschappelijke zorgplicht' die we nu ineens van bedrijven beginnen te eisen ook op onszelf als medeburgers van toepassing blijkt zijn.
Bedrijven en burgers: allebei 'rechtspersonen' met de enorme verantwoordelijkheid om de samenleving niet te saboteren uit eigenbelang.
Dat zijn de keiharde grenzen aan de 'vrijheid van meningsuiting', in de ruimste zin van het woord.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten