vrijdag 2 juli 2010

Moet Nederland BV down-sizen?


Rotterdam, 1 juli. Een nieuw kabinet moet al in 2015 een begrotingsevenwicht hebben bereikt. Dat zeggen bestuurders van bedrijven in een peiling die NRC Handelsblad en adviesbureau Boer & Croon hebben gehouden bij ondernemingen met een omzet van meer dan 25 miljoen euro.

Ruim 90 procent van de bestuurders vindt dat een nieuw kabinet in 2015 een begrotingsevenwicht moet hebben bereikt. Het nieuwe kabinet moet direct beginnen met ingrijpend bezuinigen, vindt tweederde, en niet wachten tot er een stabiel economisch herstel is.”(NRC Handelsblad 1/7/2010)

Duidelijke taal van ondernemend Nederland! De winst- en verliesrekening van ons land moet zo gauw mogelijk weer sluiten. Zo zijn ondernemers dat gewend: de tering naar de nering gezet. En 2015? Dat is nog barmhartig van de heren, want een beetje activistische aandeelhouders-vergadering zou er geen genoegen mee nemen; en de Ondernemingskamer zou haar waarschijnlijk geen ongelijk geven.

Ondernemers die exploitatierekeningen op orde moeten brengen en balansen opschonen, gaan saneren, inkrimpen, down-sizen, right-sizen, herlokaliseren enz. enz. Hoe het tegenwoordig ook heet, het komt meestal en allereerst neer op snijden in lopende kosten, dus personeel lozen om de investeringen in financiële activa te beschermen; een sociaal plan is daar de smeerolie bij. De verdere rekening voor het geloosde personeel wordt vervolgens elders neergelegd.

Welbeschouwd is dat een ‘tragedie van de meent’ (zie column van 20 augustus 2009): de individuele partijen halen hun voordelen uit de gezamenlijke voorzieningen - zoals goed opgeleid personeel, een sociale en fysieke infrastructuur - en dumpen als het even tegenzit, hun problemen in de gezamenlijke put. Zo vist men ook zeeën leeg, vervuilt men water, lucht en bodem en ondermijnt men, al binnenlopend, het vertrouwen in wereldmarkten, het internationale banksysteem, de oliewinning enz. enz.

(Nationale) overheden hebben, in beginsel, die optie van de tragedie van de meent niet. Zij zijn de hoeders van de meent; vandaar het woord 'gemeente'. Je kunt de nadelen van jouw voordelen niet zomaar over de schutting smijten. Jazeker, ook binnen de EU en de Eurozone wordt dit wel geprobeerd. Griekenland had al jaren met de cijfers gegoocheld. De recent geboden reddingsplannen komen er op neer dat zij haar over de schutting gesmeten problemen weer even hard teruggestuurd krijgt. We springen alleen bij als de Euro in gevaar komt; geen export van (stiekem) zelf veroorzaakte misère, graag.

Ook al is het tegenwoordig mode om er micro-economisch jargon op los te laten, natiestaten zijn geen ondernemingen. Volgens dergelijk modieus, doorgeschoten spraakgebruik zou een overheid, dus ambtenarij en politiek, met haar diensten en produkten burgers als klanten moeten bedienen. Onzin, natuurlijk; er is geen overheidsmarkt; er is geen contractsvrijheid; de burger is van behoorlijk bestuur afhankelijk, niet van goed koopmanschap. Dat is een ander waardesysteem. Nee, Nederland’s financieel-economische beleid wordt niet door aandeelhouders beoordeeld en bijgestuurd; en het wordt ook niet gevoerd door of op de wijze van ondernemers.
Laten we het eens omdraaien, als nuttig gedachte-experiment: stel dat ondernemingen een echt afgebakend geheel vormden net als een natiestaat, waaruit je niet zomaar overtollige mensen over de grens kunt sturen, niet eigen problemen over de schutting kunt smijten of de rekening daarvan elders indienen, je het maar moet zien te regelen met elkaar. Stel dat ondernemingen gemeenschappen van mensen waren, die, ‘for better or worse’ het met elkaar moesten zien te rooien; waar het benadelen van ‘de meent’ niet alleen niet mogelijk maar zelfs niet aan de orde is, want dat betekent het eigen nest bevuilen. Net zo'n beetje als landen, dus.

Ja, dat zou elke tegenwoordig als rechtgeaard geziene ondernemer – de goede (familieondernemers) niet te na gesproken – wel klam zweet op de rug bezorgen. Misschien wel heel jammer voor de ondernemingen van vandaag, dit gebrek aan heilig menselijk moeten. Het kon wel eens ‘the name of the game’ worden in het ondernemingsland van morgen.

Hoe dan ook, zolang ondernemingen in Nederland niet als een land gerund worden, is het oordeel van ondernemers met dergelijke geprivilegieerde vrijheidsgraden, over hoe Nederland zijn zaken zou moeten doen, niet vreselijk relevant. Het was muisschien beter geweest hen te vragen hoe zijzelf denken bij te dragen aan het herstel van de economie.





dinsdag 4 mei 2010

How come you’re so right and he’s so rich?


Dat was de zin die ooit een baas mij toevoegde toen ik mensen van mijn afdeling in bescherming nam tegen onheuse organisatieregels, zoals die ooit door de, inmiddels inderdaad welvarend geworden, oprichter waren ingevoerd. Einde discussie, vond mijn baas middels deze opmerking. Voor mij ook einde discussie en kort daarna ook einde baan; en dat niet eens zozeer omdat die spelregels niet ter discussie mochten staan, maar door de onbehouwen platheid van het ‘argument’. Niet pluis. Blijkbaar gaat voor sommigen rijkdom boven moreel gelijk; of misschien dat niet eens, maar maakt rijkdom verdere discussie overbodig. Men bevindt zich immers niet in dezelfde omstandigheden, hetzelfde speelveld.
Ik moest aan die zin denken toen ik de argumentatie las waarmee Warren Buffet zich zaterdag jl. vierkant opstelde achter de recentelijk belaagde Lloyd Blankfein, CEO van Goldman Sachs. GS wordt sinds enige tijd in de hoek gedrongen door maar liefst drie onderzoeken naar haar handelwijze voorafgaand en tijdens de kredietcrisis: door de Securities and Exchange Commission, door de Permanent Subcommittee on Investigations van de Senaat en sinds kort ook strafrechtelijk door de Federal Prosecutor. Bovendien hebben, door de heftige koersval zenuwachtig geworden aandeelhouders, procedures aangespannen wegens mismanagement en wat dies meer zij.
Carl Levin, de 75-jarige Democratische voorzitter van de genoemde Senaatscommissie, maakte onlangs tijdens het publieke verhoor gehakt van de ontkenning en bezworen onschuld van CEO Blankfein, die in november j.l. trouwens nog voor de tv beweerd had, dat hij als bankier ‘God’s work’ doet. Blankfein: nomen est omen?
De drie onderzoeken richten zich op verschillende manieren op Goldman Sachs optreden, maar de gemeenschappelijke noemer is dat de bank misleidend te werk zou zijn gegaan door producten (hypotheekderivaten) aan te prijzen waar de bank zelf allang niet meer in geloofde, inmiddels ook al even 'discreet' als schielijk uitgestapt was en zich zelfs riant tegen had verzekerd (m.b.v. credit default swaps) hetgeen miljarden opleverde toen het werkelijk fout ging.
Warren Buffet wijst alle beschuldigingen, verdachtmakingen, vermoedens en onderzoeken aan het adres van Goldman Sachs en Blankfein resoluut van de hand. Nou vooruit, mocht het strafrechtelijk onderzoek tot een veroordeling leiden dan kon hij altijd nog zien, zei hij, maar zolang staat hij achter ‘zijn’ bank en deze CEO.
Nou heeft Warren Buffet een lening van $ 5 miljard uitstaan bij Goldman Sachs en hij zal dus niet alleen uit menslievendheid of maatschappelijke overtuiging de arme Blankfein te hulp zijn geschoten. En verder is Washington, mede namens een bloeddorstig Mainstreet, op zoek naar een kop die moet rollen om een deuk te krijgen in het bolwerk van Wallstreet. In de hitte van de strijd kijkt men niet zo nauw.
Maar de redenering van Buffet is van een verbluffende om niet te zeggen bloedstollende eenvoud. Er zijn n.l. altijd twee partijen betrokken bij een deal: een verkoper en een koper; en als één van de twee zijn huiswerk niet goed doet, hangt die; makkelijk zat. In dit geval de klanten die wel de, door GS zelf als de pest gemeden producten kochten. En ABN AMRO dat – afgaand op de reputatie, aanbevelingen en extern gedrag van GS – de door GS aangeboden producten verzekerde tegen wanbetaling en daar $ 840 miljoen aan verloor. “A dumb deal”, noemde Buffet dat, waarvoor hij niet vreselijk veel sympathie kon hebben.
Zeg, Senator Levin, SEC, Federal Prosector, “how come you’re so right and he’s so rich?”.

maandag 15 februari 2010


Als je geschoren wordt... moet je in de spiegel kijken


Met verbijstering het interview met De Hoop Scheffer in de Volkskrant van zaterdag 13 februari gelezen. Heeft die man geen vrienden die hem van zoiets kunnen weerhouden? Zelden heb ik iemand zo effectief in eigen voeten zien schieten.
Het is moeilijk om de pijnlijkste kogel aan te wijzen, maar vermoedelijk is het deze: "Davids [het blijft in het midden of het om de man of de hele commissie gaat; HR] is het slachtoffer geworden van het feit dat hij de afloop inmiddels kende. [...] Dat beïnvloedt de perceptie over de besluitvorming toen. Maar wij kenden die afloop toen niet."
Hij zegt het net alsof het gaat om zoiets als stiekem kijken op de uitkomstenpagina's achterin het puzzelboek; dat is niet eerlijk. Nou, een vergrijp tegen het geschreven recht is ook vooraf al kenbaar als een vergrijp tegen het geschreven recht. Daar hebben we wetboeken en jurisprudentie voor. Dat zich ook vooraf al liet vastellen dat er bij het Irakbesluit sprake was van een (mogelijk) volkenrechtelijk vergrijp, is wat 'Davids' vaststelde en in dat soort dingen is Davids een carrière lang ook heel erg goed geweest. Zal wel kloppen, zou je denken.
Nog even los van het feit dat de regeringscoalitie zojuist met de magische formule 'met de kennis van vandaag' het vege lijf heeft gered, deze bewering van de hooggeleerde JdHS, die de leerstoel Vrede, Recht en Veiligheid te Leiden bekleedt, zou een einde maken aan de legitimiteit van rechtspraak, rechtshistorie, enfin van alles wat op basis van kennis over het verleden tot oordelen moet leiden en daarvan lessen trekken. Geen moordenaar met voorbedachten rade kent van tevoren de exacte afloop van zijn plan. De rechter inmiddels wel. Die mag dan dus niet oordelen? 
De grafsteen op zijn verhaal plaatst JdHS ook eigenhandig met de mededeling: "Als je vindt dat je alles moet weten, verlies je kritische distantie". Nee, natuurlijk, je kunt je kritische distantie alleen onbevooroordeeld(!) bepalen als je een redelijk beeld hebt van hetgeen mogelijkerwijs relevant is. Zeker weten doe je dat pas   achteraf, inderdaad. Maar het kan ook eerder, met behulp van het vermogen om vooraf achteraf te denken, te anticiperen, scenario's te maken.
Niemand in een verantwoordelijke functie mag wegkomen met de mededeling dat hij vooraf de "benefit of hindsight" nu eenmaal niet had en niet wenst beoordeeld te worden door hen die het achteraf wel hebben. Iedereen kan zich vooraf voorstellen - let wel niet voorsPellen - wat achteraf een denkbare, relevante uitkomst van het heden zou kunnen zijn. En daarnaar handelen.

maandag 8 februari 2010

Vrijheid van (in)men(g)ingsuiting


Misschien moeten we wel heel blij zijn met het recente vonnis van de US Supreme Court: het mag (corporate) sponsors niet verboden worden om (onbeperkte) campagnefinanciering aan politieke kandidaten te verstrekken. Argument: dat zou een ongrondwettelijke inperking zijn van de vrijheid van meningsuiting. 

Je moet er maar opkomen. 

Wat zijn we hopeloos wegverdwaald van de wijsheid van Voltaire, de sublieme  verwoorder van de Verlichting, die de vrijheid van meningsuiting verdedigde met de (samenvattend aan hem toegeschreven) woorden: "Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen." Hij is knap oud geworden, trouwens.

Let wel: hij zei niet dat hij zijn eigen recht om iets te zeggen met zijn leven zou verdedigen, maar juist dat van zijn tegenstander

Die vitale 'nuance' zijn we compleet kwijtgeraakt. Daarmee draaien we de zaak ten onrechte om: van een altruïstische plicht - vitaal voor een democratie - wordt het een egocentrisch recht. Wat een misverstand!

Maar er is misschien nog iets nóg wezenlijkers: de Supreme Court zegt feitelijk dat ergens centen inpompen gelijkstaat aan het geven van een mening die grondwettelijk niet beperkt mag worden. 

Je vraagt je af of ergens kogels inpompen misschien ook zo'n mening is die niet beperkt mag worden. En zoniet waarom dan niet?

Nee, we kunnen niet anders dan het werkelijk beschaafde antwoord op vragen naar  democratisch verantwoorde campagnefinanciering enz. bij onszelf zoeken, in Europa; niet in Amerika. Ze gaan daar immers nu pas een verlate post-middeleeuwse verlichting in. Dat kun je redelijkerwijs niet anders dan met ingehouden adem en kromme tenen aanschouwen: we zijn te afhankelijk van het succes van die puberteit. Toch?

Maar hoe hoopvol is de kans op een zinnig antwoord vanuit Europa op de vraag wat de vrijheid van meningsuiting tegenwoordig inhoudt?

Niet heel veel groter waarschijnlijk. Hier beweren we feitelijk misschien wel het omgekeerde, maar niet zo maar betere: iedereen - geld of niet - mag zeggen wat hem of haar voor de bek komt; en als dat kwetst, jammer dan.

We mogen, wat dat betreft, pas een beetje gerust worden als de 'maatschappelijke zorgplicht' die we nu ineens van bedrijven beginnen te eisen ook op onszelf als medeburgers van toepassing blijkt zijn.

Bedrijven en burgers: allebei 'rechtspersonen' met de enorme verantwoordelijkheid  om de samenleving niet te saboteren uit eigenbelang.

Dat zijn de keiharde grenzen aan de 'vrijheid van meningsuiting', in de ruimste zin van het woord.


vrijdag 5 februari 2010

Klimatonlogisch


“Pas in het nauw gebracht, komen de fantasierijke CO2-fabelaars op hun schreden terug. Ondertussen wemelt het van de naïeve politici die hier braaf beleid op gemaakt hebben. Mag de burger even compensatie ontvangen voor al dat geld wat inmiddels is opgehaald door de overheid voor die Co2-goochelarij?” (NU/JIJ/Wetenschap,04/02/2010; populaire pc en mobiele nieuwssite).

Het debat over de vraag of de mensheid zich zorgen moet maken over de planeet in het algemeen en over het klimaat in het bijzonder, is aan het verloederen. Aangekaart door verongelijkte wetenschappers, opgeleukt door amateurs die voor scherpzinnig willen doorgaan, opgejut door reactionaire kranten en populistische e-zines, aangestookt door discrete lobbies die de centen in gevaar zien komen en uitgebuit door opportunistische politici, komt de hele zaak op een hellend, maar compleet irrelevant vlak.
Ging het er in de jongste twee IPCC rapporten en de campagne van Al Gore over dat wij ons niet kunnen veroorloven met de planeet om te springen zoals de geïndustrialiseerde wereld dat de laatste twee eeuwen doet – en de industrialiserende wereld in een hoog inhaaltempo precies zo – nu lijkt het hoofdzakelijk een welles/nietes gekissebis te worden over of er ja dan nee fouten zijn gemaakt bij de verklaring en voorspelling van klimaatopwarming en wat daarmee al dan niet samenhangt.
De dynamiek van een immens complex systeem als het klimaat maakt het op voorhand leveren van wetenschappelijk sluitend bewijs onmogelijk. Geen model kan voorlopig de totaliteit van onderling afhankelijke terugkoppelkringen in het klimaatsysteem – als we al weten wat dat precies is – beschrijven. En zelfs als dat ooit wel zo is, dan kunnen nog steeds alleen met graden van waarschijnlijkheid uitspraken worden gedaan over mogelijke aflopen van klimaatvormende processen. Dat zal hoogstens mettertijd wat minder onnauwkeurig worden, maar als we zeker willen weten of hetgeen klimatologen nog steeds in grote meerderheid roepen daadwerkelijk klopt, moeten we gewoon afwachten hoe het afloopt.
Die downside risk werd al op de eerste wereldklimaattop (Rio de Janeiro, 1992) zodanig onverantwoord gevonden dat in het verdrag (art. 3, lid 3) het ‘voorzorgsbeginsel’ werd opgenomen. Los vertaald houdt dat in: als er een redelijk vermoeden bestaat dat het zodanig schadelijk is wat we doen, dat de gevolgen desastreus kunnen zijn, dan moeten we ermee stoppen en geen sluitend bewijs voor die schadelijkheid en desastreuze afloop afwachten. Hier paste nou echt een keer het prachtige Amerikaanse adagium, dat zo vaak verkeerd wordt gehanteerd: ‘Better be roughly right than precisely wrong’. Nederland heeft dat verdrag geratificeerd, evenals 188 andere landen waaronder de VS(!).

Hoe redelijk was en is dat vermoeden? Bezie het eens in het licht van de geschiedenis van de aarde en het leven. Onze Moeder Aarde heeft het grootste deel van haar geschiedenis met veel grotere hoeveelheden CO2 in de atmosfeer geleefd dan de IPCC rapporten nu 'voorspellen' en zij kan dat zonder enig probleem de rest van haar geschiedenis herhalen. Alleen de natuur zoals wij die kennen - en met name die van de dierlijke cellen en dus die van ons - kon dat niet. En zal dat niet kunnen, tenzij de CO2 verhoging zo langzaam gaat dat (evolutionaire) aanpassing mogelijk is. Was het maar waar.
Zo'n 2.5 miljard jaar geleden begonnen (proto)bacterieën  CO2 uit het water en de atmosfeer op te nemen en er zuurstof voor terug te geven. Pas na bijna 2 miljard jaar - en na een 'mislukte start' en dus een tussentijdse terugval van het atmosferische zuurstofniveau tot bijna nul - waren de atmosferische condities eindelijk zover dat het aerobe, op  zuurstof aangewezen leven mogelijk werd. Dat gaat dus in een voor mensen volmaakt onvoorstelbaar tempo. 
25.000 jaar geleden ontstaat 'homo sapiens' die 200 jaar geleden begint die opgeslagen CO2 kwistig in de atmosfeer terug te blazen. En dat in een zo waanzinnig hoog tempo, dat het vermogen van de plantaardige biosfeer om die teruggeblazen CO2 weer aan de atmosfeer te onttrekken en opnieuw permanent vast te leggen, onvergelijkbaar ontoereikend is. De mensheid draait dus de klok van de CO2 geschiedenis van de aarde met een duizelingwekkende snelheid terug. Betekent dat het einde van het dierlijk en menselijk leven? Nee, voorlopig vast niet; maar ver voordat we stikken of verdrinken zijn de poppen al lang aan het dansen. 
In afwachting van het wetenschappelijke bewijs zouden mensen namelijk vanzelfsprekend gezamenlijk blijven doen wat ze altijd doen: kibbelend en de boodschappers van onwelkom nieuws om zeep helpend, nóg een schaars gemeengoed, in nóg een ‘tragedie van de meent’ ruïneren. En in dit geval is dan niet een zee leeg of ergens het drinkwater onherstelbaar vergiftigd, maar kan de verdeling van water over de planeet compleet in de war raken en daarmee de verdeling van bewoonbaar en voor voedsel bebouwbaar land onherstelbaar gewijzigd. Om maar eens een paar saillante details te noemen.   
Officiële niet-klimatologische studies, zoals die van inlichtingendiensten, nemen dat zeer serieus. Zo schrijft het Pentagon in zijn zojuist uitgebrachte Quadrennial Defense Review: "Climate change could have significant geopolitical impacts around the world, contributing to poverty, environmental degradation and the further weakening of fragile governments. Climate change will contribute to food and water scarcity, will increase the spread of disease and may spur or exacerbate mass migration. While climate change alone does not cause conflict, it may act as an accelerant of instability or conflict, placing a burden to respond on civilian institutions and militaries around the world." Geserreerd ambtelijk taalgebruik voor: "Maak je borst maar nat. Als het zo doorgaat met het klimaat, gaan we weer oeroude oorlogen om land en water voeren, compleet met pandemiën, volksverhuizingen en al, maar deze keer met massavernietigingswapens". 
Nou, dan toch maar beter om de krankzinnige 'CO2 party' zte stoppen en het sluitende wetenschappelijke bewijs niet af te wachten? Zoniet de menselijke werkelijkheid, want inmiddels gaat het geruzie dus precies helemaal over dat bewijs. Elke - natuurlijk onwenselijke zoniet onvergeefglijke - fout in een meetgegeven of -interpretatie, elke alternatieve theoretische speculatie wordt aangegrepen om het ‘gebrek aan bewijs’ aan te tonen. Maar ‘Rio de Janeiro’ heeft, in een magistraal wijs besluit, de bewijslast omgedraaid: bewijs eerst maar eens dat het vermoeden van de klimatologische schadelijkheid van het menselijk handelen niet redelijk kan zijn, en de gevolgen niet mogelijkerwijs desastreus. Natuurlijk is zo’n omkering frustrerend voor wie geen (korte termijn) belang bij dat uitgangspunt heeft. Des te meer omdat de zgn. mislukte milieuconferentie in Kopenhagen die bewijsomkering niet ongedaan heeft gemaakt. Daar ging de strijd niet om het "of" maar om het "wie betaalt het 'wat niet meer'?"
Het (pseudo)wetenschappelijke klimatologische debat hoort sedert 'Rio de Janeiro' helemaal niet meer thuis in het politieke en maatschappelijke domein. Hoe harder het in het wetenschappelijke debat toegaat hoe beter; doe de kamer op slot en we horen wel wat eruit komt. Politiek wordt niet door wetenschap bepaald. Politiek gaat niet over wat het klimaat al dan niet doet, maar over wat mensen al dan niet (moeten) doen. Vakministers, serieuze fractiewoordvoerders en verantwoordelijke pers horen beter te weten. Als ooit de spreuk “Laat de boeren maar dorsen” opgaat dan is het wel nu, figuurlijk en letterlijk.

zondag 10 januari 2010

H1N1: zwijnengriep of zwijnenstreek?

Zie twee artikelen uit l'Humanité over de 'psychose' rond de zwijnengriep, vertaald in het Engels en gepubliceerd in 'truthout': http://www.truthout.org/109103Ducoin

M.n. het tweede artikel, een interview met Wolfgang Wodarg, longspecialist en epidemioloog, president van de sub-comissie Gezondheid van de Raad van Europa, is nogal schokkend in zijn rechtstreekse beschuldigingen aan het adres van de WHO, de diverse regeringen en de industriële lobbies.

In Frankrijk waren al eerder dezelfde wantrouwende geluiden hoorbaar m.b.t. de pandemische status van deze griep, de vaccinatiecampagne en de kwaliteit van de inderhaast geproduceerde vaccins. Die geluiden kwamen toen vooral van de vakbonden van verplegend personeel (dat zich dan ook massaal niet heeft laten inenten). Een Catalaanse Benedictijnse non, Teresa Forclades, internist en gezondheidsexpert (USA), met nog enkele academische titels, veegde al in woord en beeld de vloer met de campagne aan.

Maar hier komen identieke zeer zware argumenten uit de mond van een vakman met een hoge Europese functie. En er wordt een onderzoek ingesteld naar de gang van zaken rond de H1N1 griep, onder auspiciën van de Raad van Europa.

Of hier wederom vertrouwen ernstig is beschaamd moet nog blijken. Maar het is wel ernstig geschokt; dat is, voor de zoveelste keer, al erg genoeg. Laat in hemelsnaam niet alsnog later blijken dat deze vaccinatiecampagne ook nog gezondheidsklachten oplevert voor de jonge kinderen die nu massaal zijn ingeënt; het zou niet de eerste keer zijn.