.jpg)
De Tragedie van de Meent
Herman Rottinghuis
Het is eigenlijk verwonderlijk dat juist Nederland met zo weinig voorbehoud op het gedereguleerde marktmodel heeft ingezet. Maakte ons land niet ooit, onder leiding van mensen als Sicco Mansholt, goede landbouwpolitiek, door Brussel overgenomen? Een uitgangspunt daarvan was toch dat individuele agrariërs noch het overzicht hebben, noch het belang, noch de hefboom om, door aanpassing van hun eigen productie, problemen voor de hele sector te voorkomen. Daar was (en is) een marktregulerende instantie voor nodig.
Herman Rottinghuis
Het is eigenlijk verwonderlijk dat juist Nederland met zo weinig voorbehoud op het gedereguleerde marktmodel heeft ingezet. Maakte ons land niet ooit, onder leiding van mensen als Sicco Mansholt, goede landbouwpolitiek, door Brussel overgenomen? Een uitgangspunt daarvan was toch dat individuele agrariërs noch het overzicht hebben, noch het belang, noch de hefboom om, door aanpassing van hun eigen productie, problemen voor de hele sector te voorkomen. Daar was (en is) een marktregulerende instantie voor nodig.
Het fenomeen dat individuele deelnemers niet alleen niet in staat zijn het welzijn van een gehele sector te behartigen, maar integendeel rationeel gezien juist ten nadele daarvan zullen handelen, wordt wel Tragedy of the Commons genoemd. Engelse commons zijn wat bij ons vanouds de 'meent' of 'brink' wordt genoemd: gemeenschappelijke weilanden bij of in een dorp, waar het vee bijeen werd gebracht ter beveiliging, voor de handel of om tot kudde te groeperen voor het verweiden. De Tragedie van de Meent is, dat als elke boer doet wat hij denkt dat de anderen doen – telkens stiekem een schaapje of kalfje erbij – de meent snel kaal is. Of, naar analogie: door vroeger uitvaren, de netmazen verkleinen, meer trekken maken en later thuisvaren, de zee leeg. Of door een beetje met de productiemiddelen te rommelen, lucht en water ineens compleet vervuild. Enzovoort.
Tot zover kennen we de problematiek allemaal wel, zij het misschien de term Tragedie van de Meent niet, want die blijkt (in Nederland) geen gemeengoed. Er is dan ook weinig besef dat het om een echt universeel probleem gaat. Niet alleen agrariërs, vissers of knoeiende fabrikanten veroorzaken dergelijke Tragedies, maar marktspelers in alle markten doen dat precies zo. Elke markt is een meent die blootstaat aan overbegrazing, -bevissing of -vervuiling.
Alleen, de ‘meent’ van veel markten is niet zo tast- en zichtbaar als een kalend weiland, steeds legere netten of een rivier vol voorbijdrijvende vis. Het meentaspect zit hem daar in het wederzijdse marktvertrouwen. Ondanks de beste bedoelingen bij het scheppen van marktevenwicht, worden gedereguleerde markten vaak na enige tijd juist toch (weer) sellers’ markets. Want vrijwel zonder uitzondering versterkt de (de-)regulator n.l. niet de vraagkant - dat is heel lastig - maar zet de spelers aan de aanbodkant tegen elkaar op. Met als gevolg dat die aanbodkant al spoedig de vraagkant met een niet meer te overzien aanbod - dat heet een "gedifferentieerd" aanbod - overspoelt en in verwarring brengt.
Daar komt bij dat deregulering vaak ook een bestaande, onberispelijke marktcultuur en -discipline ontregelt, des temeer als een keurige monopolist of een matigende marktleider door de deregulering wordt opgejut of onderuit gehaald. Een mooi voorbeeld is te vinden in de Nederlandse bouwwereld. Daar werden tot begin 90-er jaren, via aannemersverengingen met strenge formele protocollen en openbare verslagen, de lasten van het deelnemen aan peperdure aanbestedingen onderling verdeeld. Dat mocht niet meer van Brussel: dat systeem moest worden ontmanteld; en je kon er dus op wachten: 10 jaar later hadden we het schandaal van de Bouwfraude.
De wetmatigheid van de Tragedie van de Meent voorspelt dat aanbieders, als er geen onderlinge coördinatie mogelijk is of wanneer zij uit elkaar worden gespeeld, uit zelfbescherming het marktvertrouwen wel moeten beschamen. Dat gaat dan goed totdat plots een omslagpunt bereikt wordt en er een vertrouwenscrisis uitbreekt.
Is de tragedie van de wereldwijde financiële 'meent' iets anders dan ingestort marktvertrouwen?! Werd de crisis niet veroorzaakt doordat individuele spelers succesvol vergiftigde producten verhandelden die op kleinere schaal misschien geen kwaad konden, maar juist daardoor tot een bloedvergiftiging in het gehele systeem leidden? Geen van de individuele spelers overzag de schaal waarop het gebeurde, noch het cumulatieve effect ervan; heel typerend voor het ontstaan van een Tragedie van de Meent. De toezichthouders overzagen het zelfs niet eens. Maar die hadden trouwens ook de middelen niet (meer) om op marktmoreel niveau te interveniëren, want dáár vindt de vertrouwensvorming plaats; niet d.m.v. de regels. Wanneer de rechtsregel heerst is de moraal snel overleden, immers.
Als dergelijke professionele (B2B) markten al in zulke complete vertrouwenscrises kunnen raken, hoe zit het dan met consumentenmarkten (B2C)? Het lijkt tegenwoordig wel of het steeds moeilijker wordt nog markten aan te wijzen waarin het vertrouwen van de vraagkant tegenover een hyperventilerende, zwaar concurrerende aanbodkant nog een beetje intact is! Moet er niet steeds meer hype en advertentiebudget tegenaan om ons consumenten te doen geloven dat ons eten toch echt gezond is, onze medicijnen uitsluitend op ons welzijn gericht, ons overal omringende chemische substanties helemaal OK, ons mobieltje ongevaarlijk en ons abonnement goudeerlijk? De crisis van 2009 lijkt een systemische vertrouwenscrisis over vrijwel de volle marktbreedte; om niet te spreken van de volle maatschappijbreedte.
De theoretische hypothese dat markten uit zichzelf tenderen naar optimalisatie en evenwicht – grondslag van het marktdenken – is een desillusie gebleken. We laten ons daar door kwantitatieve representaties van marktdynamiek (mis)leiden. De kwalitatieve dynamiek wordt daarmee niet, te indirect of te laat gereflecteerd. En die bepaalt uiteindelijk het marktvertrouwen; niet de theorie of de cijfers.
Maar hoe dan wel? Zullen strenger, meer internationaal toezicht en dan toch maar weer méér regels het vertrouwen terugbrengen? Kun je wantrouwen tegenover de aanbodkant van een markt, oplossen door dat te vervangen met vertrouwen in de handhaving van spelregels? Dus met vertrouwen in een 'autoriteit', een 'regulator'? In de praktijk heeft die, als het spel zo hard gespeeld moet worden, toch altijd het nakijken?!
Of moeten we heel nieuwe manieren vinden om menselijke betrouwbaarheid te helpen groeien in moderne, compleet ontpersoonlijkte, dus ontmenselijkte marktplaatsen, zoals (internationale) financiële markten? Technische betrouwbaarheid is daar in elk geval maar een miniem onderdeel van, eerder een hygiënische voorwaarde.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten