Kerstboodschap(pen) in Nederland: het gouden kalf van ‘de markt’ staat nog altijd midden op het altaar. Zo maar een paar recente voorbeelden.
Het spoorverkeer lag drie dagen plat. Door de ellende bij de NS deed ‘de markt’ van het taxivervoer handenwrijvend zaken. Toen de strandingennood op zijn hoogst was, deden taxiritten tussen Utrecht en Schiphol tegen de € 200, vier maal de normale ritprijs. Klanten die de normale ritprijs wilden betalen konden letterlijk en figuurlijk in de kou blijven staan. Leve de marktwerking. ‘Ieder voor zich en de markt voor ons allen’. Geen markttoezichthouder of politicus die er iets van zei. Omdat dit een voorbeeld van goede marktwerking was?
Prorail had wel een sneu verhaal: wisselverwarming op gas gaat uit als sneeuwklonten van treinstellen op gasbranders vallen. Elektrische wisselverwarming, zoals in volwassen spoorwegnetten gebruikt, kan Prorail niet bekostigen. Zulke elementaire innovatie-investeringen staan niet in het budget. Leve de marktwerking en of Den Haag even kan bijspringen. Dat gaat vast wel weer gebeuren. Tenzij er misschien een markttoezichthouder opduikt die dit schandelijke gebedel gaat tegenhouden. Onder het motto dat er eerst duidelijk sprake moet zijn van ‘marktfalen’. Modern markteconomen jargon voor iets onredelijks en onzedelijks. Het klinkt als ‘hartfalen’; daar wil ook liever niemand iets mee te maken hebben.
OPTA en de NMa stellen dezer dagen – tegen de politieke wil van hun eigen baas, van de Tweede Kamer en vele gemeenten in – dat beslist geen marktfalen plaatsvindt in ‘de markt’ van de elektronische communicatietoegang. KPN heeft weliswaar zojuist haar feitelijke monopolie publiekelijk uitgeoefend door aan te kondigen dat het met glasfiber vervangen van het koperen netwerk van huisaansluitingen – zo goed als een eeuw oud – op een laag pitje gaat. Voor zulke elementaire innovatie-investeringen is geen geld beschikbaar; niet dat het er niet is bij KPN – het komt ze de oren uit – maar er zou met dergelijke investeringen niet voldoende geld te verdienen zijn. Leve de marktwerking en of Den Haag en de gemeenten even bij kunnen springen. Die willen dat wel; de samenwerking met private deelnemers wordt nu makkelijker gemaakt; althans dat wil de politiek. Maar de twee markttoezichthouders willen dat marktonbetamelijke gebedel van KPN ondergraven en de politiek van de markt houden. Er is geen marktfalen, immers; er wordt genoeg geïnnoveerd.
Wordt er daadwerkelijk voldoende geïnnoveerd; en zo nee, is concurrentiezuivere marktwerking daar dan de beste remedie voor? Die opvatting heeft zo langzamerhand de schijn behoorlijk tegen. En over wat voor innovatie gaat het eigenlijk: techn(olog)ische innovatie, marktinnovatie of maatschappelijke en beschavingsinnovatie? Over die laatste gaan de toezichthouders helemaal niet; maar daar gaat het hier nou precies wel om.
Immers, het onderliggende probleem van de diverse economische en politieke crises van de laatste tien à twintig jaar, is dat mensen inmiddels weliswaar wereldwijde markten kunnen organiseren en supranationale politieke systemen opzetten, maar dat de essentiële bijbehorende beleving van menselijke lotsverbondenheid er totaal aan ontbreekt. Zonder lotsverbondenheid geen betrouwbaarheid. ‘Ieder voor zich en de markt voor ons allen’? Vroeger stond er in de plaats van ‘de markt’ de naam van iemand anders, maar die is inmiddels doodverklaard. Zonder lotsverbondenheid bevat de huidige versie van die uitspraak een schrijnende innerlijke tegenspraak. In feite zou er moeten staan: ‘ieder voor zich en de markt tegen ons allen’.
De markt en de politieke arena kunnen niet functioneren zonder het aan lotsverbondenheid ontleende menselijke vertrouwen. Sterker nog, door de ´ieder voor zich’-wijze waarop wij heden ten dage marktwerking opvatten en politiek bedrijven wordt menselijk vertrouwen juist ernstig ondermijnd. En dan niet alleen het vertrouwen in de markten en in de politieke arena, maar het vertrouwen in menselijke gemeenschappen, in de maatschappij zelf. En voorts: een politiek die de markteconomie niet alleen voorop stelt, maar zelfs als de maat der dingen aanneemt en propageert – werkgelegenheid voor alles, groei om het groeien, en ‘de markt heeft altijd gelijk’ – ondermijnt het vertrouwen in zichzelf, in de maatschappij en juist ook in de economie. Daar zijn we de weg behoorlijk kwijtgeraakt.
In ‘FD.weekend’ van zaterdag 19 december jl. beschrijft Michiel Goudswaard dat, hoe en waarom de Nederlander het vertrouwen in ongeveer al onze maatschappelijke instituties blijkt te hebben verloren. Zorgelijke statistieken tonen het aan; aan analyses geen gebrek. Er staan meer of minder schoorvoetende aanzetten in van de geïnterviewden tot herstel van betrouwbaarheid. De minst schoorvoetende is wel die van Saskia Stuiveling, president van de Rekenkamer. Haar analyse: “Als de instituties tekort schieten in het oplossen van de problemen die mensen zien, dan boeten die instituties aan gezag in”. Haar oplossing: net als in het bedrijfsleven waar niet de aandeelhouder maar de klant weer centraal moet staan, moeten overheidsinstituties ervoor zorgen hun probleemoplossend vermogen veel effectiever en efficiënter wordt; het is te versnipperd en het duurt allemaal veel te lang. Is de overheid een marktspeler die zijn klanten beter en sneller moet bedienen? Dat is marktdenken. Een overheid die zijn burgers ziet als klanten aan wie voor geld ‘producten’ worden verkocht, is veeleer corrupt dan correct.
Niet dat een overheid niet juist de belichaming behoort te zijn van de ‘maatschappelijke zorgplicht’, die we tegenwoordig van het (semipublieke) bedrijfsleven eisen; daar horen alertheid en daadkracht vanzelfsprekend bij. Maar dat zijn geen randvoorwaarden; dat is hoofdzaak! De overheid bedient niet burgers, zij bedient de samenleving in de ruimste zin van het woord; dat is alles dat wij gezamenlijk zijn en hebben. Dat zijn vooral onze gezamenlijke ‘waarden’ en niet onze ‘waarde’.
De markteconomie investeert daar niet in; de markt bedient niet onze gezamenlijkheid maar teert daar juist op in. Onze markttoezichthouders hebben niet alleen geen instrumenten om de markt daartoe te brengen, met opvattingen als die van de OPTA en NMa proberen zij de bediening van de gemeenschap effectief te blokkeren.
Er behoren geen deerlijke maar eerlijke (taxirit)prijzen te worden gevraagd - of uit lotsverbondenheid minder of niets - als mensen letterlijk of figuurlijk in de kou staan. Hebben we een oorlog nodig om ons dat te herinneren? Prorail bedient de gemeenschap, niet de markt van railvervoerders. Wat daar aan innovatie nodig is, is niet op de eerste plaats de technische innovatie in wisselverwarming, maar die in de taakuitvoering van de maatschappelijke institutie Prorail; waar waren ze ook weer voor? En vanzelfsprekend moet er als de bliksem glasfiber komen naar ieder huis. Dat is gemeenschapsinnovatie van de eerste orde die brood- en broodnodig is. We zijn in menselijke communicatie over afstand nog nauwelijks opgeschoten sedert het moment dat we dankzij mijnheer Bell ‘hallo’ tegen elkaar konden zeggen. We hebben de bandbreedte van galsvezel vooral nodig voor maatschappelijke innovatie. Als mensen degenen met wie zij communiceren – dat betekent letterlijk ‘gemeenschappelijkheid maken’ – niet kunnen ervaren in hun volle menselijke nabijheid, hoe kunnen zij hen dan hun menselijke vertrouwen schenken en het hunne verdienen?
Dat is mijn Kerstboodschap. Met de beste wensen voor een waarlijk menselijk 2010.




.jpg)
.jpg)
